Wanneer werd de titel "Paus" voor het eerst gebruikt?

Siricius (384–399) wordt traditioneel genoemd als de eerste bisschop van Rome die de titel papa (vader) voor zichzelf gebruikte in officiële akten en brieven. Vanaf zijn tijd begon het woord langzaam een speciale associatie met de bisschop van Rome te krijgen.

Maar er zijn belangrijke kanttekeningen:

  • Het woord papa was in de eerste eeuwen van het christendom een algemeen eerbewijs aan bisschoppen en zelfs aan priesters en abten, ook in het Oosten (bijvoorbeeld de patriarch van Alexandrië werd ook “paus” genoemd). Het was dus aanvankelijk geen exclusieve Romeinse titel.
  • Leo de Grote (440–461) verstevigde weliswaar de primaatsclaim van Rome, maar de titel bleef nog eeuwen informeel en niet-exclusief.
  • Pas rond de elfde eeuw werd papa in het Westen gereserveerd voor de bisschop van Rome. Gregorius VII (1073–1085) speelde daarin een doorslaggevende rol: in zijn Dictatus Papae (1075) claimde hij onder meer dat alleen de bisschop van Rome terecht “paus” genoemd mag worden.
  • Overigens is er een ironische historische noot: Gregorius de Grote (590–604), die vaak als bescheiden toonbeeld wordt neergezet, verzette zich juist tegen hoogdravende titels zoals die van zijn oosterse collega, maar werd zelf door zijn tijdgenoten gewoon “papa” genoemd.

Kort gezegd: Siricius als eerste die de titel voor zichzelf opeiste, Gregorius VII als degene die haar exclusief maakte voor de bisschop van Rome.